Boeken bestellen
Vorige week beschreef ik hoe ik door het turven van de gevonden treffers met woorden uit de titel van Wiley ebooks in een zoekmachine op de websites van de instituten probeerde ebooks te selecteren die geschikt zijn voor onze faculteit. Dit bleek toch een beetje te tijdrovend. Ik heb op zo’n 200 van de 2000 titels gezocht. Ook heb ik uitgezocht welke titels die al als boek in de bibliotheek aanwezig waren zijn uitgeleend. Dat bleken er maar een paar te zijn, voor mijn vakgebied (Life sciences) allen slechts één keer. Dat zegt natuurlijk erg weinig, want misschien zijn ze alleen door de aanvrager een keer bekeken. Daarom heb ik mijn selectie no0g aangevuld met enkele nieuwe en kostbare titels. Want waarom zou je niet van de gelegenheid gebruikmaken? En ik vond in een folder van Wiley nog een paar titels warvan ik dacht dat ze misschien interessant kunnen zijn. Achteraf vond ik die papieren catalogus toch het meest overzichtelijk, maar misschien schrijf ik nu iets wat absoluut niet gewenst is?
Uiteindelijk heb ik van alles wat genomen en kwam tot de volgende 10 titels.

Op deze manier maakte ik eigenlijk spelenderwijs kennis met de belangrijkste taak van een informatiespecialist, nl. het aanschaffen van nieuwe titels. Het valt mij op dat bij veel wetenschappelijke boekwinkels het altijd zo goed lukt om een leuke, evenwichtige en niet te groot aanbod samen te stellen. Hoe doen ze dat? Hebben ze een begnadigde medewerker die echt alle uitgevercatalogi uitvlooit en het perfect kan selecteren? En waarom kunnen wij dat minder goed?
Bij een aantal instituten is het aanschaffen van nieuwe boeken een beetje een probleem omdat er weinig input komt vanuit de medewerkers. Daarom moet ik op zoek naar methodes erachter te komen wat ze willen hebben. Er zijn verschillende mogelijkheden:
- Je kunt het de medewerkers vragen. Maar ik heb de indruk dat zo die verzameling saaie, onappetijtelijke, verouderde en nooit uitgeleende werken die we nu ten dele hebben is ontstaan.
- Je kunt een approval plan opstellen en aan de hand daarvan min of meer automatisch bestellen. Maar ik denk dat er nog wat gesleuteld moet worden aan de feedback mechanismen en kunstmatige intelligentie van de huidige systemen voordat die echt doeltreffend werken.
- Daarom geloof ik misschien nog het meest in het analyseren van de doelgroep op zoveel mogelijk verschillende manieren (publicatieanalyse, doorvlooien van rapporten, studiegidsen, proefschriften, scripties, websites) om erachter te komen op welke terreinen er onderzoek wordt gedaan en onderwijs gegeven. Dat zou kunnen in de vorm van een Kenniskaart. Maar om die faculteitsbreed in te voeren is een gigantische klus.
Ik ga dan ook eerst beginnen met een combinatie van de bovengenoemde mogelijkheden, waarbij het approval plan nog even in de ijskast blijft, en heb zelf een twintigtal titels uitgezocht uit een aantal folders en die naar de vertegenwoordigers op de instituten gemaild. De eerste reakties zijn positief. Eens kijken wat er uit voortkomt.




Het is maar goed dat we niet van de boekenverkoop hoeven te leven. Vanmiddag hebben we een grote boekenverkoop georganiseerd in de bibliotheek van Biologie. Het ging om boeken die niet mee konden naar de nieuwe bibliotheek en ook niet naar het Centraal opslagmagazijn bij het AMC omdat zich daar al eenzelfde exemplaar bevindt. Voordat we ze aan een marktpartij aanbieden kunnen medewerkers en studenten eerst hun slag slaan.






In Introduction to Bioinformatics van A.M. Lesk las ik dat Internet er niet alleen voor heeft gezorgd dat veel wetenschappelijke tijdschriften digitaal beschikbaar zijn gekomen, maar ook voor nieuwe methodes om wetenschappelijke resultaten te verspreiden en te publiceren. Bijvoorbeeld door middel van bulletin boards, blogs, cursus notities, presentaties van wetenschappelijke bijeenkomsten en compendia als Wikipedia. Daarnaast zijn nieuwe media toegevoegd, zoals afbeeldingen, filmpjes en geluiden. Dit alles heeft ertoe geleid dat veel onderzoekers nauwelijks nog in de bibliotheek komen. Daarom moet de bibliotheek op zoek naar nieuwe vormen van dienstverlening.
Door samenvattingen en inhoudsopgaven te bekijken, een beetje door het boek te bladeren, op termen te Googelen en te zoeken in Wikipedia probeer ik te begrijpen waar het ongeveer over gaat. Ook vergelijkbare boeken opzoeken in OPC of Picarta en bij uitgevers (Springer!) kijken wil wel helpen. Van een oud-collega (wel wiskundige!) begreep ik dat hij wachtte tot een boek in MathSciNet opgenomen was om vervolgens de trefwoorden over te nemen in de GGC. Maar zo wil ik niet werken, dus probeer ik zelf termen te bedenken. Toevallig kwam ik op de website van
Het gaat om: Introduction to Bioinformatics van Arthur M. Lesk (3e editie uit 2008 uitgegeven door Oxford University Press) en ik ga het lezen omdat het me heel overzichtelijk lijkt, uptodate is en er een boel leuke dingen in staan. O.a. een hoofdstuk over wetenschappelijke literatuur met informatie over Open Access, traditionele en digitale bibliotheken, de informatie explosie, databases, programmeertalen op het web en het verwerken van natuurlijke taal. Allemaal dingen waar ik het over kan hebben tijdens de bibliotheekcurssussen die we in juni weer gaan houden. Bovendien passeren de belangrijkste systemen waarin gegevens voor eiwitsequenties en genexpressie verwerkt worden de revue. Daar was ik al enige tijd grotendeels de weg in kwijt, dus ik hoop nu eindelijk te lezen hoe het allemaal werkt. Er staan ook aardige wetenswaardigheden in; wist u bijvoorbeeld dat de gemiddelde levensduur van een website vergelijkbaar is met die van een menselijke erythrocyt oftewel een rood bloedlichaampje? De levensduur van een erythrocyt bedraagt 120 dagen. Dus ongeveer zolang als de Spoetnik-cursus duurt.